Chardonnay is de alom bekende kwaliteits druif die tegenwoordig in wijngebieden over de gehele wereld wordt aangeplant, de naam is afgeleid van het dorp Chardonnay in de Bourgogne. De wijnen van chardonnay kunnen variëren van fris en sappig zonder houtrijping (unoaked) tot rijke exemplaren met duidelijke kenmerken van rijping op vat. Aroma´s van tropisch fruit, honing, of zelfs gebrande amandelen en cashewnoten, boter op toast, en aangename vanillegeuren. De unoaked versie toont meer fruit: citrusfruit, ananas, kruisbessen, nectarine, perzik en vijgen. De verschillende stijlen variëren van licht en eenvoudig tot vol, geconcentreerd en boterig. De kleur varieert van licht groengeel tot goudgeel. De smaak is soepel, niet hoog in de zuren, rond en vol. Ook neutrale droge wijnen met een redelijk zuurgehalte komen voren. De Chardonnay doet het goed in zowel koelere als warmere klimaten.
Chenin Blanc is een druivensoort die goed gedijt in het Franse Loiredal waar hij ook pineau de la Loire genoemd wordt, onder de naam Steen is de Chenin Blanc het meest voorkomende druivenras in Zuid-Afrika. De Chenin Blanc produceert frisse en fruitige wijnen met zeer uiteenlopende smaken van fruit en is zeer geschikt voor het maken van mousserende wijnen. In het algemeen staat dit druivenras bekend om zijn strakke wijnen. De geur is vaak heerlijk breed, mooi bloemig, met appel, tropisch fruit, amandel, marsepein en honing. De smaak sappig, fris en toegankelijk. Stille wijnen vinden we in meerdere types, variërend van droog tot zoet. De zoete wijnen van Chenin Blanc kunnen bijzonder goed rijpen. Deze varieteit wordt ook gebruikt als basis voor: mousserende-, droge witte wijn, zoete witte wijn, en de “liquoreux” gemaakt d.m.v. “pourriture noble”. Chenin Blanc is zeer aromatisch en heeft een goede, natuurlijke zuur balans. In warmere klimaten kunnen ook de goedkopere wijnen die van deze druivensoort vervaardigd zijn nog fris en prettig smaken.
De Gewurztraminer druif is een druivensoort die behoort tot de een van de "edele" rassen uit de Elzas. De druif heeft zijn naam te danken aan het dorp Tramin dat in het noordoosten van Italië ligt. Gewürz betekent kruidig en dat is ook wat er terugkomt in de wijnen van deze druif. Zowel in de geur als de smaak komt die kruidigheid naar voren. De schil van de druif bevat veel pigment en dat maakt de witte wijnen van deze druif een van de donkerste die er bestaan. In de smaak en geur komt naast de kruidigheid ook tropisch fruit en bloemen naar voren. Door die kruidigheid is het een minder geschikte wijn als aperitief, maar meer voor na de maaltijd geserveerd met kaas of niet te zoete desserts. Vanwege de lage zuurgraad mist de wijn al snel spanning. De Gewürztraminer houdt niet van kalkrijke grond en is erg gevoelig voor ziektes. Om goed te kunnen rijpen is een droge en warme zomer van belang. Buiten Europa is dit ras onder andere aangeplant in Nieuw-Zeeland en in de koelere gebieden van Californië.
De Muscat druif is het meest aromatische druivenras van alle druivensoorten, de muscat druif kan aroma's geven van witte bloemen en citrusfruit. De naam Muscat is enigszins misleidend, want in feite is dat de algemene noemer voor diverse varianten. Als kwalitatief beste geldt de Muscat blanc à petits grains, met als goede tweede de Muscat d'Alexandrie. Synoniemen voor de muscat druif in het Spaans, Italiaans en Duits zijn respectievelijk Moscatel, Moscato en Muskateller. Muscat is zowel tot zoete als tot strak droge wijn te vinifieren. Bij zoete wijnen gebeurt dat in de vorm van een versterkte wijn. De gisting wordt dan onderbroken door toevoeging van wijnalcohol en de onvergiste suikers geven de wijn vervolgens zijn zoete smaak. Voorbeelden daarvan zijn de Muscats uit de Languedoc (Rivesaltes, Beaumes de Venise), die van het Griekse eiland Samos, Moscatel uit Spanje, de Hanepoot uit Zuid-Afrika en de intense Australische dessertwijnen. Van een andere orde zijn de passito wijnen van ingedroogde druiven, zoals de Moscato van het Zuid Italiaanse eilandje Pantelleria. Een weer heel ander type, eveneens van Italiaanse afkomst, is de laagalcoholische, mousserende Moscato d'Asti uit Piemonte. In opkomst zijn de droge Muscats uit het Franse Zuiden.
De Pinot Blanc is een witte druif en een mutant van de Pinot Gris, die weer een mutant is van de Pinot Noir. De druif wordt gebruikt voor witte wijnen en is onder andere aangeplant in de Elzas, Duitsland, Italië en Hongarije. De druivensoort is in Frankrijk ook wel bekend onder de naam Klevner en in Duitsland wordt de druif Weissburgunder genoemd. Pinot Blanc is een druivensoort die weinig ziektegevoelig is en heeft, om een mooi karakter te kunnen ontwikkelen, een goede rijping nodig. De druif geeft vrij neutrale wijnen en zowel in de smaak als de geur komen appels en wit fruit naar voren. De wijnen hebben laag zuurgehalte en zijn fris en fruitig. Vanwege dit karakter is de wijn goed toegankelijk en makkelijk te combineren.
De Prosecco druif is een witte druif en wordt voornamelijk gebruikt voor mousserende wijn. De druif is aangeplant in Italië ten oosten van Venetië en in Frioul. Er doen twee verhalen de ronde over de oorsprong van deze druif. De eerste is dat de druif afkomstig is uit de gelijknamige gemeente Prosecco en de ander is dat de druif uit de provincie Padua komt, waar de soort Serprino heet. In het begin van de 19e eeuw werd de Prosecco massaal aangeplant in de provincies Treviso en Padua. De Prosecco druif is vanwege zijn lichte structuur, weinig suikers, hoge aciditeit en frisse aroma's uitermate geschikt voor mousserende wijnen. De Prosecco heeft grote, lange trossen en ronde kleine druiven die vrij zoet van smaak zijn. De druif is begin oktober rijp en gedijt goed op niet al te droge plaatsen. Prosecco geeft wijnen met een strogele kleur en een bescheiden alcoholpercentage. De druif wordt ook wel voor stille wijnen gebruikt met een smaak van peer en een licht bittertje.
De Riesling druif is de grote druif van de wijnen van de Rijn en Moezel en de riesling doet het uitstekend in koele klimaten. De natuurlijke zuurgraad van deze wijn geeft hem geweldige bewaarmogelijkheden, tot tientallen jaren. De laatste jaren is de aanplant steeds licht gestegen, verwacht wordt dat deze tendens blijft bestaan. Eerste kwaliteitswijn druivensoort en uitgangspunt sinds het begin van de Duitse Wijnbouw in 1775. Staat naast de Chardonnay druif bekend als een van de beste witte druivenrassen. Wordt veel verbouwd langs de Rijn en Moezel. Deze beroemde, vroeg rijpe druivensoort voor witte wijn krijgt niet altijd het begrip en de waardering die hij verdient. In de Noord-Duitse Moezel waar men enkele van de meest beroemde Riesling-wijnen produceert, beschouwt men deze druif als een laat rijpende varieteit. Dit in vergelijking met de Müller-Thurgau, een varieteit die zo ongeveer overal wel wil rijpen. Er zijn zeer veel verschillende Riesling-wijnen: van droog en jong drinkbaar tot zoete trockenbeerenauslesen die zeer goed lang weggelegd kunnen worden. Wijn gemaakt van Riesling is licht in alcohol, heeft verfrissend veel fruit en heeft het bijzondere vermogen het karakter van het gebeid en de ‘terroir’ door te geven. In de jonge wijnen proeven en ruiken we citrus, bloemen en staal-achtige, droge tonen. In de edele zoete wijnen vooral honing, bloemen en veel meer, maar altijd blijft er een prettig en verfrissend zuurtje te onderscheiden.
De Sauvignon Blanc druif is een aromatische druivensoort voor witte wijn en levert wijnen die droog, verfrissend, pittig en zeer snel drinkbaar zijn. Sauvignon Blanc zien we in veel wijngebieden over de hele wereld, maar wordt van origine veel aangeplant in Frankrijk. De Loirevallei is de belangrijkste Franse streek voor Sauvignon Blanc, met de Pouilly-Fumé en Sancerre als de absolute toppers. De Sauvignon Blanc druif heeft gezorgd voor het succes van de Nieuw-Zeelandse wijnen, wijnen die opvallen door een bijzondere frisheid en een zekere grassigheid, kenmerkend voor Nieuw-Zeeland. Op hout gerijpt wordt Sauvignon Blanc ook wel Blanc Fumé genoemd. Vroeg geplukt geeft de Sauvignon Blanc een expressief aroma van citrusfruit, gras, asperges, bloemen en brandnetel. Overrijp geplukt wordt hij wat flauw. De sauvignon is gevoelig voor extreme warmte en ontwikkelt zich het best in koele wijngaarden. Hij kan in meerdere stadia van rijpheid worden geplukt, zodat de grassige aroma’s worden gecombineerd met rijpe elementen van tropisch fruit. Men kan in de Sauvignon Blanc de volgende smaken herkennen: groene appels, kruisbessen, grapefruit, asperges en gemaaid gras Ook is de Sauvigon Blanc beroemd vanwege zijn bijdrage in de edele zoete wijnen uit het Bordeauxgebied Sauternes. Door de vrij compacte trossen is deze druivensoort gevoelig voor rotting, botrytis, die onder de juiste omstandigheden de natuurlijke zoetheid kan concentreren om zo een edele zoete wijn te kunnen maken.
De Verdejo druif is één van de beste witte druivenrassen in Spanje en produceert zeer aromatische, zachte wijnen met 'body'. De Verdejo wordt veel aangeplant in de omgeving van Valladolid, Segovia en Avila. Het is het belangrijkste druivenras van het wijngebied Rueda. De Verdejo toont in de geur uitgesproken aroma's van grapefruit, citrus, bloesem, mineralen en kruiden. De wijnen van de verdejo druif vertonen over het algemeen een karakteristieke lichte bittertoon. Spaanse druivensoort voor witte wijn die wijnen van goede kwaliteit kan opleveren. Deze druivensoort oxideert gemakkelijk. De wijnen zijn goed van structuur en hebben een goede balans. Verdejo's wijnen hebben de geur en smaak van peren en krijgen na enige jaren op fles honingachtige tonen met een duidelijke indruk van noten. Één van de vijf klassieke druivensoorten voor Madeira.
Al honderden jaren wordt de Verdicchio druif verbouwd in de heuvels van Ancona. Van hieruit heeft het ras zich verspreid naar andere delen van centraal Italië. De naam Verdicchio is, zoals zoveel druivensoorten, gebaseerd op het Italiaanse woord 'verde' (groen). De druif heeft dan ook een intens groene kleur als ze geoogst worden. Wordt de druif vroeg geplukt dan neigt de smaak naar appelgroen, terwijl wanneer de druif later wordt geplukt de smaak meer honingachtig en boterig wordt. Wanner de Verdicchio onder de juiste omstandigheden wordt geteeld en wordt geproduceerd tot wijn, kan het een wijn worden die langere tijd kan blijven liggen. Verdicchio gedijt het beste in een goed gedraineerde grond met zand en kalksteen. De wijnen die van deze druif gemaakt worden zijn veelzijdig van aperitief tot sprankelend en uitstekende begeleiders bij vis gerechten.
De oorsprong van de Viognier is niet helemaal duidelijk. De meeste experts denken dat de Viognier door de Romeinen naar de Rhône is gebracht. De Viognier was ooit een vrij algemene druif, maar nu is het een druif die bijna alleen nog maar voorkomt in het noorden van de Rhône. De druif was zelfs bijna uitgestorven toen er in de jaren '60 nog maar een paar hectare over waren. Toch is de druif weer in opkomst en wordt er ook steeds meer aangeplant in de Languedoc en Californië. Een Viognier wijn heeft vaak veel body en alcohol en weinig zuren. In de geur komen wit fruit, bloemen, gember, perzik, abrikoos en honing naar boven. De druif houdt van een arme, kalkrijke, granieten bodem met ijzer. Viognier is gevoelig voor meeldauw en kan pas geplukt worden als die volledig gerijpt is. Als de druif te vroeg wordt geplukt, kunnen de aroma en smaak niet meer tot hun recht komen.
Cabernet Sauvignon staat zo ongeveer overal in Europa aangeplant, als laatrijpend druivenras met veel weerstand gedijt de Cabernet Sauvignon zeer goed in warmere klimaten en levert hij in Frankrijk, Californië, Australië, Zuid Afrika, Chili, maar ook in Italië en Spanje, kwalitatief goede wijnen. Het is een van de bekendste en meest geteelde druiverassen voor rode wijn. In de Bordeaux-streek en vooral in de Médoc is het de belangrijkste druif, die zorgt voor de wereldberoemde rode wijnen die daar vandaan komen. De Cabernet Sauvignon groeit zeer krachtig en kan op veel grondsoorten gedijen, behalve op heel vruchtbare bodems, waar de groei veel te sterk wordt. De CAbernet Sauvignon is een kleine doffe donkerblauwe druif met een dikke schil. Het sap is zeer aromatisch. De druivenstok is goed bestand tegen wintervorst, alleen in het voorjaar kan schade ontstaan door nachtvorst. De weerstand tegen ziekten is groot: De Cabernet Sauvignon is alleen vatbaar voor meeldauw en lamstelligheid. Het groeiseizoen is lang, zodat de wijngaarden moeten worden aangeplant op een iets warmere plaats. De opbrengst zijn over het algemeen laag en de oogsttijd valt middellaat, dus vanaf half oktober en later. De Cabernet Sauvignon geeft over het algemeen zeer goede volle, tanninerijke wijnen, die vaak lang bewaard kunnen worden. Gedurende deze bewaartijd zullen deze wijnen zich ontwikkelen in de fles en zal het smaak patroon veranderen. Cabernet Sauvignon staat bekend om zijn wijnen met kracht en diepe kleur, met veel tannines. Kan lang rijpen en dan een grote complexiteit bereiken. De smaak toont vaak cassisfruit en kersen, in combinatie met een aangename kruidigheid. Aroma’s van donkerrood fruit zoals zwarte bessen, rijpe pruimen, kruidig, kaneel, menthol, munt, eucalyptus, rabarber, bieten, zwarte olijven, drop en inkt. Vermengd met Merlot en Cabernet Franc worden de wijnen wat zachter en robuuster. De wijnen bezitten over het algemeen veel kleur, terwijl ze in hun smaak behoorlijk veel fruit en de nodige tannines bieden. Bij overproductie of onvoldoende rijpheid maak het fruit plaats voor een onaangenaam vegetale toon die aan groene paprika doet denken. Jonge Cabernet Sauvignon wijnen kunnen door de tannines wat stug overkomen. Daarom worden ze vaak geblend met 'zachtere' rassen zoals de merlot of de shiraz. Omgekeerd wordt cabernet sauvignon regelmatig gebruikt als aanvullende druif om de smaak van traditionele rassen in een bepaald gebied wat complexer te maken.
De Carmenère druif is werd vroeger veel aangeplant in de Bordeaux en werd daar vandaan naar Chili geëxporteerd in de veronderstelling dat men te maken had met de Merlot. Na onderzoek bleek dat het ging om de carmenère en is nu de druif van Chili. Carmenère is nu het parade paardje van de Chileense wijnbouw. In Bordeaux werd de carmenère weggevaagd door de phylloxera en daarna vanwege zijn structurele gevoeligheid voor ziekten niet meer heraangeplant. Carmenère heeft veel aandacht nodig en moet letterlijk kort gehouden worden. Een druivensoort voor rode wijn met een zeer lage opbrengst die erg gevoelig is voor coulure, het door weersveranderingen niet goed verlopen van de bloei met als gevolg een slechte oogst. Na de phylloxera, de insekt die rondom het begin van de twintigste eeuw een ravage had aangericht in de wijngaarden van bijna de gehele wereld, is deze druivensoort bijna niet meer aangeplant in Bordeaux noch de rest van de wereld. De smaak is vaak te omschrijven als kruidig en peperig met veel fruit als cassis en bessen. Dit geeft over het algemeen een volle stevige smaak met veel lengte en structuur.
De Gamay druif, of de Gamay Noir à jus blanc zoals de officiële naam luidt, is dé druif van de Franse wijnstreek Beaujolais. De druif heeft een paarsige kleur, wordt gebruikt voor rode wijnen en bestaat al sinds de 14e eeuw. Er wordt gedacht dat de druif in 1360 voor het eerst verscheen in het dorp Gamay ten zuiden van Beaune. De inwoners van dit dorp waren blij met de druivensoort nadat de pest had toegeslagen. De Gamay druif was twee weken eerder gerijpt dan de Pinot Noir en was minder moeilijk om te verbouwen. Daarnaast gaf de Gamay druif een sterkere en fruitigere wijn. De voornaamste kenmerken van de druif zijn, zijn fruitigheid en elegantie en de wijnen die er van gemaakt worden zijn jong te drinken, maar sommige kunnen ook goed rijpen. In de geur en smaak van de wijn komen aardbeien, frambozen, kersen en soms banaan naar voren. Naast de Beaujolais is de Gamay druif ook aangeplant in Lyon en Touraine.
De Merlot druif behoort tot de klassieke druiven van de Bordeaux en de belangrijkste druif in Saint-Emilion en Pomerol. Merlot is een druivenras, voor het eerst in boeken vermeld in 1784 als een van de betere rassen in het gebied van Libourne. De naam zou afkomstig zijn van het Franse woord merle (merel). De aanplant van Merlot is de laatste jaren aanzienlijk gestegen. Merlot is wereldwijd zeer populair en men is steeds meer tot het inzicht gekomen dat Merlot in een vrij koele wijngaard moet worden aangeplant. Merlot wordt op deze manier heerlijk fruitig en intens van karakter. Merlot werd vaak met de Cabernet Sauvignon vermengd, maar wordt steeds meer gebruikt als een op zichzelf staand druivenras. Zacht , kruidig, fruitig, zwarte bessen, pruimen, moerbei, bramen, chocolade, truffels en tabak. Merlot brengt een zekere zachtheid in de wijn en zorgt dat de wijn wat sneller oudert en eerder op dronk is. In de Bordeaux-streken St.Emilion en Pomerol wordt wijn hoofdzakelijk van de Merlot gemaakt. Deze wijnen smaken veel zachter en ronder en is ook eerder op dronk. De Merlot kan ook als tafeldruif gebruikt worden vanwege de lage zuurgraad en de toch nog redelijk grote trossen en bessen. Merlot groeit matig sterk en wordt als guyot gesnoeid of als cordon met lange stiften. Hij groeit het best op lichtere grondsoorten en is winterhard. De weerstand tegen ziektes is gering, behalve tegen meeldauw heeft hij meer weerstand. Vooral regen tijdens de oogstperiode kan aanzienlijke schade geven door rotting van de bessen. Door het redelijk vroege uitlopen van de stokken kan er schade door nachtvorst ontstaan. Merlot is een productieve, vroeg rijpe, fruitige donkerblauwe druivensoort. Het sap is weelderig, fruitig en kan zwoel bijna zoet zijn. De druif heeft een niet al te dikke schil, een relatief hoog suikergehalte en is in potentie erg productief. De merlot bloeit vroeg in het voorjaar en is dan blootgesteld aan de gevaren van nachtvorst. Als de productie te hoog wordt, worden de wijnen dun en licht.
Alle rode Bourgogne wijnen van enig niveau worden gemaakt van 100% Pinot Noir. Het druivenras is onovertroffen wat betreft verfijning en elegantie. Daarbij gedijt hij lang niet overal even goed. De Pinot Noir is kieskeurig en gevoelig. Het mag niet te koud of te warm zijn en ook veel vocht of droogte vindt hij niet prettig. Daarnaast is het in de kelder niet altijd een even meegaand druivenras. Er kan veel fout gaan. Dat wijnmakers overal ter wereld toch graag proberen goede Pinot Noir te maken zegt iets over de unieke kwaliteiten van deze druif. De wijnen, met aroma’s van viooltjes, een boerenerf of kersen, zijn zijdezacht, rijk en soepel. Het zijn wijnen die bij uitstek geschikt zijn om aan tafel te schenken en passen bij een grote verscheidenheid aan gerechten.
Een ontwikkelde druif door Professor Perold in 1925. Ze ontstond door een kruising van Pinot Noir en Cinsault (in de tijd dat deze ook wel Hermitage werd genoemd). Hij werd geboren op de Universiteit van het Zuid-Afrikaanse Stellenbosch en hij is dan ook de nationale trots van Zuid-Afrika. Pinotage is niet de gemakkelijkste druif om mee te werken. Hij heeft nogal wat aandacht nodig wil je hoge kwaliteitswijn bekomen. Het beperken van de opbrengst is een noodzaak evenals een zorgvuldige vinificatie en een optimale rijpheid van de druiven. De beste resultaten geeft hij echter wanneer het voorgaande gecombineerd kan worden met oude wijnstokken en een opvoeding in eiken houten vaten. Goede Pinotage geurt en smaakt als geen andere wijn. Dat maakt hem net zo uniek. Pinotage kan een hele smaak en geurarsenaal naar boven laten komen, hoewel het uitermate moeilijk is dit ook effectief te bekomen. Een perfecte Pinotage kan kruidig zijn met accenten van zwarte peper, munt en eucalyptus. Fruitige toetsen vrijgeven van moerbei, bramen en pruimen. Zelfs een vleugje lava, soms licht verbrand rubber en de diepe smaak van gestoofde zwarte vruchten. De uitdaging voor de wijnbouwer bestaat er echter in de agressieve tannine in te tomen en de wijn een goede vinificatie te bezorgen.
De Sangiovese druif is een oude en van origine Toscaanse druif die waarschijnlijk afkomstig is van de wilde “vitis silvestris”. Het is één van de oudste Italiaanse druivensoorten en heeft zijn naam te danken aan het Latijnse "sanguis Jovis" wat "bloed van Jupiter" betekent. Overal in Italië is deze druif aangeplant en is inmiddels zo'n 14 keer gekloond. In het begin van 1800 is de druif verdeeld in de Sangiovese Grosso en Sangiovese Piccolo. Het verschil zit hem voornamelijk in de grote van de druif. Deze soort gedijt het beste in een gemiddeld warm klimaat op een goed gedraineerde bodem. Hij rijpt laat en is gevoelig voor regen tijdens het oogstseizoen. De druiven hebben weinig fruit, maar veel zuren en tannines, weinig suiker en alcohol en is vrij aards. De meeste druiven worden gebruikt voor de productie van Chianti en Chianti Classico. Een klassieke Sangiovese wijn is droog, bevat veel tannine en heeft een gemiddelde complexiteit. Daarnaast heeft de wijn veel zuren en tonen van kersen, kruiden en champignons. Naast Italië is de Sangiovese ook aangeplant in Argentinië, Roemenië, Chili en Australië. Sangiovese heeft een lange rijptijd en wordt meestal tussen half september en eind oktober geoogst.
De Shiraz druif is een druif van Franse oorsprong, waar hij 'syrah, wordt genoemd. De Shiraz geeft vaak elegante en levendige wijnen, met een typisch gerookt aroma, kruidig, met zwarte peper, menthol, kaneel, anijs, fruitig (zwarte bessen, frambozen, kersen), pure chocolade, koffie, rozijnen en vanilletonen. De Shiraz laat zich goed mengen met Cabernet Sauvignon en Cinsaut. Syrah is de druif van de grote Rhônewijnen, Hermitage en Côte Rôtie inbegrepen. Historici opperen dat de Syrah afkomstig is uit de stad Shiraz in Iran. Oude Griekse zeevaarders brachten de wijnstok naar het westen en hij groeide in Zuid-Frankrijk voordat de Romeinen arriveerden. Naast Frankrijk wordt de druif met veel succes toegepast in Australië, Californië en Zuid-Afrika waar deze onder de naam Shiraz op de markt komt. Syrah groeit gemakkelijk in warme klimaten en de oogst is betrouwbaar en behoorlijk groot. Hij vormt een uitdaging voor wijnmakers als hij puur wordt gebruikt. Voor alledaagse wijnen wordt de Syrah gebruikt als cépage améliorateur, om smaak te geven aan een mengwijn. In Zuid-Frankrijk werd de aanplant aangemoedigd met subsidies, zodat de rokerige, rijke accenten van Syrah kunnen worden aangetroffen in vele vin de pays van de Provence. Als de Syrah puur wordt gebruikt, moet de wijn zorgvuldig gemaakt worden, liefst met rijping op eik. De Hermitage, die hoge prijzen kan halen is hier een goed voorbeeld van. Een grote Syrah-wijn kan even lang leven, even complex en even duur zijn als de beste Bordeaux. De relatie met Bordeaux is erg oud : een eeuw geleden werd Hermitage gemengd met Bordeaux, om de Bordeaux meer kleur en smaak te geven.
De Tempranillo heeft een dikke schil en brengt wijnen voort met een diepe kleur, met weinig alcohol en die lang bewaard kan worden zonder veel kleur te verliezen. Tempranillo wordt veel aangeplant in streken als Rioja, Ribera del Duero, Valdepeñas, Navarra, Costers del Segre en langs de Middellandse Zeekust. De tempranillo druiven rijpen vroeg en hier dankt hij dan ook zijn naam aan. Temprano betekent in het Spaans 'vroeg'. Ook in Portugal is tempranillo te vinden en daarmee een van de weinige Spaanse rassen in dat land. De Portugezen noemen hem tinta roriz of aragonez. Buiten het Iberisch schiereiland is de druif te vinden in Argentinië , waar hij de naam tempranilla draagt. Wijnen gemaakt met de tempranillo druif hebben over het algemeen een fruitige smaak en geur, met specerijen en rood fruit. De tempranillo druif produceert wijnen met veel kleur en structuur die goed op hout kunnen rijpen. Zijn zuurgraad is relatief laag, wat de toegankelijkheid ten goede komt. Tempranillo wordt zowel ongemengd als geblend op de markt gebracht.